Tips om je fietsvrienden in de sprint te verslaan..

0
92

Vaak dagen fietsers elkaar uit voor een plaatsnaambordje. Wil jij de sprintkoning van jouw fietsgroep worden? Dan heb je vast iets aan deze tips!

Voor iedere fietser met een kilometer teller, is het een uitdaging om die maximale snelheid weer te verbeteren tot een nieuw persoonlijk record. Waar Dylan Groenewegen en Theo Bos elkaar bestrijden met snelheden boven de 70, zullen de meeste toerfietsers onder ons blij zijn eens de 50 grens te doorbreken. 

Wat kunnen we doen om onze snelheid te verbeteren?
Snelheid zit in de genen, maar het is zeker door specifieke interval training aan te scherpen. Snelheid is altijd gekoppeld aan kracht. Je moet een zwaardere versnelling proberen snel rond te trappen. Dat klinkt simpel, maar je zult vrij licht moeten beginnen. 

Pas weken of maanden later zal je zien dat je elke keer een tandje zwaarder kunt trappen en toch nog dezelfde omwentelingen kunt halen. Het makkelijkste om een hoge trapfrequentie te halen, is om te starten op een stukje weg dat naar beneden loopt. Hierdoor krijg je ook de goede coƶrdinatie met je fiets op hoge snelheid met een hoge trapfrequentie.

Het beste resultaat van zulke intensieve inspanningen krijg je wanneer je fris aan die training begint. Dus doe dit niet na een dag van veel mentale of fysieke stress!

Techniek en tactiek sprinten
Hierin valt veel winst te behalen. De sterkste sprinter wint niet altijd. Probeer een wiel van een snel iemand te kiezen. Zorg dat je niet eerder dan 200 meter van het eindpunt op kop komt. Vaak is dit de maximale afstand om je hoogste snelheid vol te kunnen houden. 

Zodra je wind mee hebt, mag je best iets eerder aangaan. De renners achter je hebben minder voordeel van de wind en zullen moeilijker naast je komen. 

Met wind tegen probeer je zoveel mogelijk van een ander te profiteren. Als je aan elkaar gewaagd bent, zal je zien dat je tegenstander met wind tegen stil zal vallen.

Aerodynamica sprint
Voor de aerodynamica is het beste om zo laag mogelijk te sprinten. Je ziet Marc Cavendish dit heel erg goed doen. Hierdoor verlaag je het frontaal oppervlak.

Ideaal is om zo min mogelijk onnodige meters te maken, ondanks dat je ‘staand’ jezelf ook zijdelings beweegt. In de Tour zagen we Kittel meesterlijke sprints trekken. Zijn schouderpartij fixeert hij ogenschijnlijk makkelijk recht boven zijn stuur en zijn voorwiel trekt een bijna-rechte lijn. 

Dit ziet er makkelijk uit, maar wanneer je uit alle kracht probeert te versnellen, zul je merken dat dit lastig is. Advies is dus om eerst submaximaal te beginnen, zodat je technisch goed sprint. Beheers je dit, dan ga je voluit proberen. Je uitvoering bepaalt of je alle kracht ook daadwerkelijk om kan zetten in resultaat. 

Korte sprintjes trainen
Ook is het verstandig om te beginnen met korte sprintjes van bijvoorbeeld 10 seconden. Wanneer de conditie beter is en je snelheidstrainingen goed gaan, kun je de sprints langer maken. Uiteindelijk kun je misschien wel 30 tot 60 seconden hard blijven rijden. 

Hoeveel groepen zien we hun wekelijkse ritje niet afsluiten met een sprintje net voordat ze thuis zijn?! Toch is het zo dat de sprints beter uitgevoerd worden als je nog fris bent. Dat is dus niet op het einde, maar juist in de eerste helft van je training. Dan werk je resultaatgericht aan je sprint zelf. Train je je sprints na 4 of 5 uur, ben je eigenlijk met een ander trainingsdoel bezig. 

Het sprinten naar plaatsnaambordjes in het begin van de training is hiervoor perfect. Wanneer je echt plezier haalt uit een sprinttraining, kun je ook nog eens met een aantal herhalingen gaan werken. Begin met 5 x 10 sec. Later doe je 3 x 20, 3 x 30 en 5 x 20 sec. Zo kun je steeds verder door bouwen.

Je zult merken dat deze sprints echt energie vreten. Doe daarom dus deze trainingsvorm tijdens een korte training van anderhalf of maximaal twee uur. 

Ben jij al de sprintkoning van je fietsgroep?